Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak stond centraal of een schriftelijke waarschuwing aan appellant, een ambtenaar, kon worden aangemerkt als een bestuursrechtelijk besluit waartegen bezwaar mogelijk is. Het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Limburg-Noord had appellant op 20 juli 2023 een waarschuwing gegeven vanwege het niet nakomen van afspraken over werk-privébalans en aanwezigheid.
Appellant maakte bezwaar tegen deze waarschuwing, maar dit bezwaar werd door het dagelijks bestuur op 12 september 2023 niet-ontvankelijk verklaard omdat de waarschuwing niet valt onder de limitatieve opsomming van disciplinaire straffen in de CAR/UWO en geen wijziging in zijn rechtspositie teweegbrengt. De rechtbank Limburg bevestigde dit oordeel en stelde dat de brief geen uitdrukkelijke vaststelling van plichtsverzuim bevatte en slechts een sturingsmiddel was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de waarschuwing wel degelijk rechtsgevolgen had en dat hij ten onrechte niet gehoord was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de waarschuwing geen besluit in de zin van de Awb is omdat het niet gericht is op rechtsgevolg en geen plichtsverzuim vaststelt. Ook was het terecht dat het dagelijks bestuur afzag van horen omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt dat een waarschuwing zonder vaststelling van plichtsverzuim en zonder rechtspositionele maatregel niet als bestuursrechtelijk besluit kwalificeert.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de schriftelijke waarschuwing is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat deze geen bestuursrechtelijk besluit vormt.