Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2025:555

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 april 2025
Publicatiedatum
15 april 2025
Zaaknummer
24/2328 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:113 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in bezwaarprocedure

De appellant had beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Altena, nadat de Centrale Raad van Beroep eerder het besluit van het college had vernietigd en het college had opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.

Het beroepschrift dat appellant indiende bevatte echter geen gronden, wat in strijd is met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van appellant werd tweemaal schriftelijk in de gelegenheid gesteld om binnen een gestelde termijn alsnog de beroepsgronden in te dienen, maar liet deze termijnen ongebruikt voorbijgaan.

Omdat geen verontschuldigbare redenen voor het verzuim zijn gebleken, verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.F. Wagner in aanwezigheid van griffier A. Giesen op 8 april 2025.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 april 2025
24/2328 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Altena (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 26 september 2023, kenmerk 22/1897 PW, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 april 2022 vernietigd, het beroep van appellant gegrond verklaard, het bestreden besluit van 19 november 2020 vernietigd en het college opdracht gegeven om een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen met inachtneming van wat in die uitspraak is overwogen. Verder heeft de Raad met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat tegen het door het college nieuw te nemen besluit slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld.
Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van 26 september 2023 heeft het college op
14augustus 2024 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Op 25 september 2024 heeft mr. J.H.F. de Jong, advocaat, namens appellant beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 14 augustus 2024.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 19 november 2024 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
De gemachtigde van appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 20 december 2024 is aan de gemachtigde van appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg kan hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
De gemachtigde van appellant heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.F. Wagner, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2025.
(getekend) M.F. Wagner
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.