ECLI:NL:CRVB:2025:565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 64,53% door UWV
Appellant, die zich in 2020 ziekmeldde met psychische klachten, betwist de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 64,53% per 29 november 2022. Hij stelt dat hij meer medische beperkingen heeft en de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige voldoende gemotiveerd hebben dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is en dat de functies passend zijn. De Raad bevestigt dit oordeel na behandeling van het hoger beroep.
De medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is overtuigend en houdt rekening met beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren, met een urenbeperking van 4 uur per dag en 20 uur per week. De arbeidsdeskundige heeft de geschiktheid van functies zoals huishoudelijk medewerker en inpakker gemotiveerd, waarbij rekening is gehouden met de aard van het werk en de belastbaarheid van appellant.
Appellant heeft geen nieuwe medische informatie ingebracht die het standpunt van het UWV ondermijnt. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage van 64,53% standhoudt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellant terecht heeft vastgesteld op 64,53%.