ECLI:NL:CRVB:2025:575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig kok, meldde zich ziek en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant 28,10% arbeidsongeschikt was, onvoldoende voor een uitkering. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar ook in die fase bleef de arbeidsongeschiktheid onder de 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was, dat knieklachten en alcoholproblemen onvoldoende waren meegewogen en dat een second opinion nodig was.
De Centrale Raad van Beroep verwierp deze gronden. De Raad stelde dat het dossieronderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep passend was, mede omdat appellant eerder al fysiek was onderzocht. De knieklachten en alcoholverslaving waren voldoende beoordeeld en gemotiveerd in de rapporten. Een nieuw lichamelijk onderzoek werd niet noodzakelijk geacht.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat appellant geen WIA-uitkering krijgt omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.