Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig teammanager en later werknemer bij de gemeente, heeft meerdere keren een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV wees deze aanvragen af omdat appellant niet de vereiste wachttijd van 104 weken arbeidsongeschiktheid had doorlopen. Tevens werd een toeslagaanvraag afgewezen omdat het gezinsinkomen niet onder het sociaal minimum lag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toeslagafwijzing niet-ontvankelijk en het beroep tegen de WIA-afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV fouten had gemaakt, waaronder een onterechte beëindiging van zijn ZW-uitkering in 2019 en een onverklaarde inkomensdaling, en verzocht om schadevergoeding.
De Raad oordeelt dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die de eerdere afwijzingen zouden kunnen herzien. De wachttijd voor een WIA-uitkering was niet doorlopen en de bezwaren over eerdere besluiten en inkomensgegevens vallen buiten de procedure. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraken bevestigd, inclusief de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de WIA-aanvraag en de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de toeslagafwijzing worden bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.