ECLI:NL:CRVB:2025:609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering terugkeer besluit afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant vroeg om terugkeer van het UWV-besluit van 4 mei 2015 waarin zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering werd afgewezen wegens arbeidsvermogen. Hij stelde dat nieuwe feiten en diagnoses zoals ADHD en fibromyalgie aanleiding gaven om het besluit te herzien.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende nieuwe feiten had aangevoerd die het eerdere besluit konden wijzigen. De medische en arbeidskundige rapportages uit 2015 hielden al rekening met beperkingen passend bij de latere diagnoses. Ook de overgelegde oudere medische stukken konden eerder zijn ingediend en bevatten geen nieuwe informatie.
In hoger beroep bevestigt de Raad deze beoordeling. Het UWV heeft zorgvuldig gemotiveerd dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die het eerdere besluit onjuist maken. Het onderzoeksverslag van het RIBW uit 2015 en andere stukken leiden niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering om terug te komen op het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op de afwijzing van de Wajong-uitkering blijft in stand.