ECLI:NL:CRVB:2025:655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat appellant duurzaam geen arbeidsvermogen bezit wegens ontbreken basale werknemersvaardigheden
Appellant, sinds 2000 Wajong-uitkeringsgerechtigde vanwege psychische klachten, verzocht in 2019 om herbeoordeling van zijn arbeidsvermogen omdat hij meende over basale werknemersvaardigheden te beschikken. Het UWV wees dit af op grond van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek dat concludeerde dat appellant duurzaam geen basale werknemersvaardigheden heeft vanwege een vermoedelijke persoonlijkheidsstoornis en beperkingen in sociale interactie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het standpunt van het UWV onderschreef. Appellant stelde in hoger beroep dat hij door arbeidsmatige dagbesteding en verklaringen van begeleiders had aangetoond over arbeidsvermogen te beschikken. De Raad benoemde een verzekeringsarts als deskundige, die een aanvullend psychiatrisch onderzoek adviseerde, waaraan appellant niet meewerkte.
De deskundige concludeerde dat ondanks het ontbreken van psychiatrisch onderzoek voldoende aanwijzingen zijn voor een persoonlijkheidsstoornis die de basale werknemersvaardigheden belemmert. De Raad volgde dit oordeel, waarbij de weigering van appellant tot medewerking aan het psychiatrisch onderzoek voor zijn risico komt. De Raad bevestigde het besluit van het UWV dat appellant duurzaam geen arbeidsvermogen bezit.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft en appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant duurzaam geen arbeidsvermogen bezit wordt bevestigd.