ECLI:NL:CRVB:2025:656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken ondertekening beroepschrift
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €138,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere herinneringen aan de belangenbehartiger van appellante.
Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen ondertekening, hetgeen ook niet binnen de hersteltermijn is hersteld. Evenmin is een schriftelijke machtiging ingediend door de belangenbehartiger binnen de daarvoor gestelde termijn.
Gelet op deze verzuimen is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 30 april 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en ontbreken van ondertekening van het beroepschrift.