ECLI:NL:CRVB:2025:657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht dient het griffierecht te worden betaald bij het indienen van het beroepschrift. De gemachtigde van appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €138,- binnen de gestelde termijnen.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet tijdig voldaan. Vervolgens heeft de gemachtigde zich als advocaat van appellant onttrokken aan de zaak. Gezien de omstandigheden is vastgesteld dat appellant in verzuim is geweest met betrekking tot de betaling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en besluit zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter C. Karman, in aanwezigheid van griffier N. Phetkhoowiang.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.