ECLI:NL:CRVB:2025:660
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en duurzaam arbeidsvermogen
Appellant heeft op 5 juli 2017 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV op 15 februari 2018 werd afgewezen wegens het beschikken over arbeidsvermogen. Een nieuwe aanvraag in januari 2021 werd eveneens afgewezen, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven om het eerdere besluit te herzien.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond, ondanks een aanvankelijke procedurele tekortkoming die werd hersteld door een later fysiek spreekuur. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht stelde dat er geen sprake was van een duurzaam verlies van arbeidsvermogen binnen vijf jaar na de achttiende verjaardag van appellant.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er wel nieuwe feiten waren, waaronder een psychodiagnostisch onderzoek uit 2019, en dat zijn beperkingen waren toegenomen. De Raad volgde dit niet, omdat appellant geen nieuwe medische informatie overlegde en de medische rapporten voldoende onderbouwd waren. Ook werd geoordeeld dat het UWV terecht het eerdere besluit handhaafde en de aanvraag van 2021 afwees.
Het hoger beroep werd afgewezen, de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering en wijst het hoger beroep af.