ECLI:NL:CRVB:2025:671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante heeft zich ziekgemeld per 2 juni 2021 met psychische en lichamelijke klachten en verzocht om een Ziektewet-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering omdat een verzekeringsarts haar geschikt achtte voor haar laatst verrichte werk. De rechtbank vernietigde een eerdere beslissing vanwege procedurele tekortkomingen, waarna het UWV een nieuw onderzoek liet uitvoeren.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde na een spreekuurcontact op 28 maart 2023 dat appellante geschikt was voor haar functie. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was verricht en dat er geen medische gegevens waren die ziekte of arbeidsongeschiktheid op de datum in geding aannemelijk maakten. Appellante voerde aan dat haar traumatische zwangerschap en het zwangerschapstraject haar belemmerden, maar kon dit niet met medische informatie onderbouwen.
De Raad volgt de rechtbank en het UWV in het oordeel dat appellante per 2 juni 2021 geschikt was voor haar werk. Er was geen aanleiding voor nader onderzoek naar de belasting van de functie. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de weigering van de ZW-uitkering blijft in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering omdat appellante per 2 juni 2021 geschikt was voor haar eigen werk.