ECLI:NL:CRVB:2025:679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant, die sinds een bedrijfsongeval in 2015 beperkingen heeft aan zijn linkerhand, ontving een WIA-uitkering die het UWV per 25 augustus 2022 beëindigde wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Appellant betwistte dit en voerde aan dat hij meer beperkingen heeft dan door het UWV vastgesteld, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De medische beoordeling houdt rekening met de beperkingen aan de linkerwijsvinger en psychische klachten, maar concludeert dat appellant functioneel kan blijven werken. De arbeidsdeskundige heeft toegelicht dat de geselecteerde functies passen bij de belastbaarheid, waarbij compensatie voor de linkerwijsvinger mogelijk is.
Het hoger beroep slaagt niet. De Raad oordeelt dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De aangevallen uitspraak blijft in stand en appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.