ECLI:NL:CRVB:2025:686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Appellant ontving sinds 2012 een WIA-uitkering en was gedeeltelijk werkzaam als bedrijfsleider. Na ziekmelding in augustus 2022 beoordeelde het Uwv hem in september 2023 als geschikt voor zijn eigen werk en beëindigde de ZW-uitkering. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld en geen aanwijzingen voor ontbrekende medische informatie werden gevonden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen onderschat werden. Hij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat de rechtbank het besluit terecht in stand hield, dat de medische beoordeling overtuigend was en dat de nieuwe stukken in hoger beroep het oordeel niet aantasten.
De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af vanwege het ontbreken van twijfel aan de medische beoordeling en bevestigde dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het Uwv terecht de ZW-uitkering heeft beëindigd omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk.