ECLI:NL:CRVB:2025:699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant werkte tot juli 2019 als logistiek medewerker en ontving daarna een WW-uitkering. Vanaf september 2021 kreeg hij een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de WIA, vastgesteld op 35,97% arbeidsongeschiktheid. Het UWV wijzigde deze beoordeling later naar 31,48% en beëindigde de WIA-uitkering per 10 december 2023.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen groter zijn, onder meer door hand- en vingerproblemen en ongeschiktheid voor de functie van wikkelaar. Ook betwistte hij het gebruikte CBS-indexcijfer voor het maatmanloon. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond de medische en arbeidskundige rapporten overtuigend.
In hoger beroep bevestigt de Raad deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de medische informatie geen aanleiding geeft tot een hogere mate van beperkingen, dat de functie van wikkelaar passend is en dat het gebruikte indexcijfer correct is toegepast. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.