ECLI:NL:CRVB:2025:7
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV heeft vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de uitkering geweigerd. Appellant betwist dit en stelt dat hij meer beperkingen heeft, met name psychische, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank Rotterdam heeft het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden was om het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te betwijfelen. Ook de arbeidskundige beoordeling was passend.
Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt omdat appellant geen nieuwe medische informatie heeft aangeleverd die aanleiding geeft tot twijfel over de vastgestelde beperkingen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.