ECLI:NL:CRVB:2025:701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV, veroordeling in proceskosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake een WIA-zaak tegen het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in.
De Raad stelde vast dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren van appellant, op verzoek van appellant in de proceskosten kan worden veroordeeld. Het UWV had reeds de kosten van bezwaar vergoed.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in zowel de beroeps- als hoger beroepsprocedure, begroot op €2.721,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €186,-.
Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. De uitspraak werd gedaan door rechter E. Dijt in aanwezigheid van griffier S. Pouw op 7 mei 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.