ECLI:NL:CRVB:2025:701

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 mei 2025
Publicatiedatum
8 mei 2025
Zaaknummer
23/1503 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV, veroordeling in proceskosten

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake een WIA-zaak tegen het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in.

De Raad stelde vast dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren van appellant, op verzoek van appellant in de proceskosten kan worden veroordeeld. Het UWV had reeds de kosten van bezwaar vergoed.

De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in zowel de beroeps- als hoger beroepsprocedure, begroot op €2.721,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €186,-.

Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. De uitspraak werd gedaan door rechter E. Dijt in aanwezigheid van griffier S. Pouw op 7 mei 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.

Uitspraak

23/1503 WIA
Datum uitspraak: 7 mei 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 5 april 2023, 22/2139 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E. Akdeniz, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het Uwv heeft op 9 september 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 7 februari 2025 heeft mr. Akdeniz namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft daarop gereageerd.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Het Uwv heeft daarbij de kosten van bezwaar vergoed.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-) in beroep en € 907,- (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, met een waarde per punt van € 907,-) in hoger beroep, voor verleende rechtsbijstand. In totaal bedragen de te vergoeden kosten voor het Uwv € 2.721,-.
Ook zal de Raad bepalen dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een totaalbedrag van € 2.721,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E. Dijt, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2025.
(getekend) E. Dijt
(getekend) S. Pouw