ECLI:NL:CRVB:2025:704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 0,00%. Na bezwaar en beroep heeft de verzekeringsarts aanvullende beperkingen aangenomen, maar de arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant. De rechtbank heeft het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van ernstigere psychische beperkingen, waaronder acute suïcidaliteit rond de datum in geding, en dat dit tot meer beperkingen zou moeten leiden. Ook stelde hij dat werken met een mes vanwege zijn psychische toestand niet geoorloofd is. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen nieuwe medische informatie heeft ingebracht en onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de beperkingen juist zijn vastgesteld en dat de geselecteerde functies geschikt zijn.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor de weigering van de WIA-uitkering per 24 oktober 2022 in stand blijft. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.