Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.De kosten voor verleende rechtsbijstand worden begroot op
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, heeft zich in 2008 ziekgemeld en ontvangt sinds 2010 een WGA-uitkering. De mate van arbeidsongeschiktheid is diverse malen vastgesteld en aangepast, waarbij per 1 mei 2020 een percentage van 43,92% werd vastgesteld. Het Uwv heeft dit percentage bevestigd en de WGA-vervolguitkering ongewijzigd voortgezet.
Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling en voerde aan dat zijn beperkingen waren toegenomen en dat een fysiek spreekuur met een verzekeringsarts had moeten plaatsvinden. In hoger beroep is appellant alsnog op spreekuur geweest bij een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die het onderzoek zorgvuldig heeft uitgevoerd en concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit in hoger beroep zorgvuldig is onderbouwd en dat de functies die ten grondslag liggen aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage medisch geschikt zijn voor appellant. De schending van procedurele bepalingen wordt gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 43,92% arbeidsongeschiktheid per 1 mei 2020 en handhaaft de voortzetting van de WGA-vervolguitkering.