ECLI:NL:CRVB:2025:721
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens niet-ontvankelijkheid door niet-betaling griffierecht door slechte postbezorging
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht. Appellant diende verzet in met het argument dat hij de nota en herinneringsbrief voor het griffierecht niet had ontvangen vanwege slechte postbezorging op zijn adres.
De Raad stelde vast dat appellant voorafgaand aan de procedure al had aangegeven dat de postbezorging op zijn adres slecht was en dat veel aangetekende brieven retour waren gekomen. Ondanks het verzoek van appellant om correspondentie per e-mail te ontvangen, werd alle communicatie per post verzonden, waardoor de nota's waarschijnlijk niet tijdig zijn ontvangen.
Gezien deze omstandigheden verklaarde de Raad het verzet gegrond, verviel de eerdere uitspraak van 3 juli 2024 en werd het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan appellant.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.