ECLI:NL:CRVB:2025:724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante vordert toekenning van een WIA-uitkering omdat zij meent meer beperkingen te hebben dan het UWV heeft vastgesteld. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen per 12 maart 2021, omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep handhaaft appellante haar standpunt en overlegt aanvullende medische informatie. De Raad toetst de medische en arbeidskundige rapporten opnieuw en concludeert dat de beperkingen van appellante juist zijn vastgesteld. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben de belastbaarheid adequaat beoordeeld, waarbij passende functies zijn geselecteerd die appellante kan vervullen.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt het bestreden besluit. Wel is er sprake van een schending van het motiveringsbeginsel omdat de arbeidskundige motivering pas in hoger beroep is gegeven, maar dit leidt niet tot benadeling van appellante. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van een WIA-uitkering wordt bevestigd.