ECLI:NL:CRVB:2025:731
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bestuursorgaan en proceskostenveroordeling
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het UWV.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding toegewezen. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op €907,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €136,-. De beslissing is gebaseerd op de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 mei 2025. De Raad benadrukt dat het UWV reeds in eerdere procedures en besluiten de kosten heeft vergoed, en bevestigt hiermee de redelijkheid van de proceskostenvergoeding in hoger beroep.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van €907,- proceskosten en €136,- griffierecht na intrekking van het hoger beroep.