ECLI:NL:CRVB:2025:734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid op 66,99% door UWV
Appellant was sinds 7 november 2015 arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering. Na een verzoek tot herbeoordeling door de (ex)werkgever stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op circa 67%, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het standpunt van het UWV volgde dat PTSS en agorafobie niet objectief waren vastgesteld rond de datum in geschil. De rechtbank achtte appellant in staat om de voorgehouden functies te vervullen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV ten onrechte onvoldoende rekening hield met psychische beperkingen. De Raad oordeelde echter dat de medische beoordeling juist was, dat PTSS en agorafobie niet aannemelijk waren, en dat de voorgehouden functies passend zijn.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid van 66,99% gehandhaafd blijft. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid van appellant is terecht vastgesteld op 66,99% en het hoger beroep wordt afgewezen.