ECLI:NL:CRVB:2025:744
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Toekenning WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en schadevergoeding overschrijding redelijke termijn
Appellant, die zich in 2018 ziekmeldde als voorman magazijn, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% vast, waardoor de uitkering werd geweigerd. Na bezwaar en beroep werd de mate van arbeidsongeschiktheid bij een tweede besluit verhoogd naar 65,03%, wat recht geeft op een WGA-vervolguitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde dit besluit en handhaafde het tweede besluit. De Raad oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was, mede dankzij het onafhankelijke deskundigenrapport van verzekeringsarts Greveling-Fockens, die een lichte urenbeperking vaststelde en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst aanscherpte.
Daarnaast werd een schadevergoeding van €1.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase. Ook werden proceskosten van in totaal €8.185,55 toegewezen aan appellant, te vergoeden door het UWV en de Staat. De Raad concludeerde dat het beroep tegen het tweede besluit ongegrond is en bevestigde daarmee de toekenning van de WIA-uitkering op basis van 65,03% arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De toekenning van een WIA-uitkering op basis van 65,03% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en er wordt een schadevergoeding van €1.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.