ECLI:NL:CRVB:2025:770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing eerdere ingangsdatum bijstand wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, na ontslag op 5 augustus 2022, vroeg bijstand aan met ingang van 6 augustus 2022 vanwege mentale problematiek die hem zou hebben verhinderd zich eerder te melden. Het dagelijks bestuur kende bijstand toe vanaf 10 oktober 2022, de datum van zijn WW-uitkeringsaanvraag. Appellant maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum en stelde bijzondere omstandigheden aan vanwege zijn mentale gesteldheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn mentale toestand niet eerder kon aanvragen. Er ontbrak een medische verklaring en objectieve aanwijzingen. Bovendien kon appellant solliciteren en werk vinden in de periode. De politie en begeleider achtten hem in staat zelf keuzes te maken.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar gaf geen nieuwe gronden waarom de rechtbank onjuist zou zijn. De Raad volgde de rechtbank en voegde toe dat de verslechtering van zijn psychische toestand pas na de relevante periode plaatsvond. De reden om eerst werk te zoeken werd niet als bijzondere omstandigheid erkend.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De toekenning van bijstand blijft met ingang van 10 oktober 2022 gehandhaafd; geen eerdere terugwerkende kracht.