Uitspraak
16 oktober 2024, 24/1139
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat appellant het griffierecht van €138,- niet tijdig heeft voldaan, ondanks meerdere aanmaningen per brief en aangetekende post.
De Raad heeft appellant erop gewezen dat bij niet-betaling het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld kan worden. De termijn voor betaling is verstreken zonder dat het griffierecht is betaald, en de Raad kon redelijkerwijs niet oordelen dat appellant niet in verzuim was.
Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 mei 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.