Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2025:795

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 mei 2025
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
23/2631 TOZO-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet-ontvankelijk wegens niet-indienen gronden in TOZO-uitspraak

In deze zaak heeft appellant verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 juni 2024, waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

De Raad heeft appellant meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de gronden van het verzet in te dienen, onder meer bij brief van 31 juli 2024 en opnieuw bij aangetekende brief van 2 september 2024, met een termijn van vier weken. Ondanks deze mogelijkheden heeft appellant geen gronden ingediend.

Op de zitting van 17 april 2025 verschenen partijen niet. De Raad overweegt dat het verzet zonder ingediende gronden niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier S. Pouw, op 15 mei 2025.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van de gronden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 15 mei 2025
23/2631 TOZO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 augustus 2023, 22/1434 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 4 juni 2024 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellant heeft L.J. Schippers verzet ingediend.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 april 2025, waar partijen
– het college met voorafgaand bericht – niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 4 juni 2024 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De Raad heeft de gemachtigde van appellant bij brief van 31 juli 2024 in de gelegenheid gesteld de gronden van het verzet in te dienen. Bij – aangetekend verzonden – brief van
2 september 2024 is de gemachtigde van appellant nogmaals de gelegenheid geboden de gronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat de gemachtigde van appellant er rekening mee moet houden dat het verzet niet inhoudelijk zal worden behandeld, indien de gronden niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend.
De Raad heeft na het door de gemachtigde van appellant gedane verzet geen gronden ontvangen.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2025.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) S. Pouw