ECLI:NL:CRVB:2025:795
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens niet-indienen gronden in TOZO-uitspraak
In deze zaak heeft appellant verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 juni 2024, waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.
De Raad heeft appellant meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de gronden van het verzet in te dienen, onder meer bij brief van 31 juli 2024 en opnieuw bij aangetekende brief van 2 september 2024, met een termijn van vier weken. Ondanks deze mogelijkheden heeft appellant geen gronden ingediend.
Op de zitting van 17 april 2025 verschenen partijen niet. De Raad overweegt dat het verzet zonder ingediende gronden niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier S. Pouw, op 15 mei 2025.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van de gronden.