ECLI:NL:CRVB:2025:836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als industrieel schoonmaker, meldde zich ziek na een verkeersongeval en ontving een Ziektewetuitkering. Na medische en arbeidskundige beoordelingen stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de WIA-uitkering per 17 augustus 2023.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij zich baseerde op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen die geen aanvullende beperkingen of urenbeperking aannamen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn slaapklachten, medicatiegebruik en psychosociale beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en de motivering van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. De Raad oordeelde dat de dagbesteding geen medische behandeling is die een urenbeperking rechtvaardigt en dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.