ECLI:NL:CRVB:2025:843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na toegenomen klachten
Appellante heeft zich gemeld bij het UWV met toegenomen klachten binnen vijf jaar na beëindiging van haar eerdere WIA-uitkering. Het UWV weigerde een nieuwe WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de beperkingen onvoldoende waren om een hogere mate van arbeidsongeschiktheid aan te nemen.
Appellante voerde aan dat zij meer beperkingen had, waaronder beperkingen aan haar linkerhand na een operatie in september 2020, en dat de geselecteerde functies niet passend waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen medische onderbouwing was voor een toename van beperkingen en dat de beperkingen uit 2018 terecht werden gehandhaafd. De arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies medisch passend waren, ook gezien opleidingseisen en werkbelasting.
De Raad bevestigde dat het recht op WIA-uitkering niet herleeft omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de weigering van het UWV terecht is. Het hoger beroep slaagt niet en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een WIA-uitkering toe te kennen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.