ECLI:NL:CRVB:2025:846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante ontving een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid na uitval als schoonmaakmedewerkster. Na herbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waarna de uitkering werd beëindigd per 5 september 2022.
Appellante betwistte dit en voerde aan dat haar beperkingen groter zijn dan het UWV aannam, waardoor zij de geselecteerde functies niet kan vervullen. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden echter dat het UWV een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek heeft uitgevoerd, waarbij de beperkingen en belastbaarheid adequaat zijn vastgesteld.
De Raad wees het verzoek van appellante om een deskundige te benoemen af, omdat er geen twijfel bestond over de medische beoordeling. De Raad concludeerde dat de beëindiging van de WIA-uitkering terecht is en bevestigde het bestreden besluit, met als gevolg dat appellante geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.