ECLI:NL:CRVB:2025:871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en boete wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante was bijstandsgerechtigd en diende haar woonadres correct te melden. Het college stelde vast dat zij vanaf 16 november 2021 niet meer woonde op het opgegeven uitkeringsadres, hetgeen zij niet had gemeld. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en oplegging van een boete van €490.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde aan dat zij wel op het uitkeringsadres woonde en dat zij een huurovereenkomst had met de huidige bewoners. Het college toonde echter aan dat zij was uitgeschreven uit de basisregistratie personen en bij een onaangekondigd bezoek de woning niet werd aangetroffen, terwijl de hoofdbewoner verklaarde appellante niet te kennen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze feiten en oordeelt dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden. De boete werd gematigd vanwege de lange duur van het besluittraject. Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstand en boete blijven in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de boete worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.