Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellant tegen een besluit van het CAK, waarbij de bijdrage voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) is vastgesteld. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 6 mei 2021, waarin zijn bijdrage op € 335,58 per maand werd vastgesteld, omdat zijn inkomen inmiddels lager was dan in 2019. Het CAK heeft later, op 7 augustus 2021, de bijdrage vastgesteld op € 0,- per maand, maar verklaarde het bezwaar tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk. De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard, wat door de Raad voor de Rechtspraak is bevestigd. De Raad oordeelt dat het CAK terecht geen kosten in bezwaar heeft vergoed, omdat er geen sprake was van een aan het CAK te wijten onrechtmatigheid. Appellant heeft ook verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar dit verzoek is afgewezen. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.