ECLI:NL:CRVB:2025:891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 48,33% per 1 oktober 2021
Appellante was verpleegkundige en meldde zich in januari 2018 ziek. Na verschillende beoordelingen stelde het UWV vast dat zij per 1 oktober 2021 voor 68,53% arbeidsongeschikt was, later aangepast naar 48,33% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand.
Appellante voerde aan dat de rechtbank onvoldoende waarde hechtte aan de rapportages van haar verzekeringsarts Van Amelsfoort, die een urenbeperking aannam. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze rapportages onvoldoende onderbouwd waren en dat de uitgebreide motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep juist was. Er was geen reden voor het benoemen van een deskundige.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn en dat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende is onderbouwd. Het hoger beroep slaagde niet, waardoor de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd blijft en appellante geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante per 1 oktober 2021 voor 48,33% arbeidsongeschikt is en wijst het hoger beroep af.