ECLI:NL:CRVB:2025:900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig elektrotechnisch controleur, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant slechts 1,98% arbeidsongeschikt was, later bij bezwaar en beroep herberekend op 17,87%, wat onder de 35% grens ligt voor recht op uitkering.
De rechtbank Amsterdam wees het beroep van appellant tegen de weigering van de WIA-uitkering af, omdat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om de beoordeling van het UWV te weerleggen. De arbeidsdeskundige had passend werk geselecteerd dat appellant medisch gezien kon verrichten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en wees op een Duitse beoordeling van 100% arbeidsongeschiktheid, maar de Raad stelde dat deze buitenlandse beoordeling niet relevant is voor de Nederlandse WIA-regeling, die uitgaat van een economisch arbeidsongeschiktheidsbegrip.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe medische informatie had ingebracht en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.