Appellant vroeg een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) aan bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb voerde onderzoek uit naar zijn woon- en leefsituatie omdat er onduidelijkheid bestond over zijn verblijfplaats. Appellant weigerde een afspraak te maken met handhavingsmedewerkers in Spanje en verscheen niet op een gepland gesprek.
De Svb wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan zijn medewerkingsverplichting, waardoor het recht op AIO niet vastgesteld kon worden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad overwoog dat de bewijslast bij de aanvrager ligt en dat het niet voldoen aan de medewerkingsverplichting een geldige grond is voor afwijzing. Appellant kon onvoldoende aannemelijk maken dat hij recht had op AIO. Zijn verzoek om schriftelijke vragen te ontvangen deed niet af aan zijn verplichting om te verschijnen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand.