Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Centrale Raad van Beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of betrokkene, een exploitant van een zorgcentrum en (beoogd) hulpverlener, als belanghebbende kan worden aangemerkt bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde om een persoonsgebonden budget (pgb) voor individuele begeleiding aan een cliënt te weigeren. Het college handhaafde de weigering omdat niet kon worden vastgesteld dat de pgb-taken verantwoord konden worden uitgevoerd en dat de begeleiding aan kwaliteitseisen voldeed.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat betrokkene belanghebbende was. Het college ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelde vast dat op grond van artikel 1:2 Awb Pro belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Een (beoogd) hulpverlener heeft bij een weigering van een pgb op grond van artikel 2.3.6 Wmo 2015 geen zelfstandig, eigen belang, omdat de financiële gevolgen niet rechtstreeks uit het besluit voortvloeien maar uit de contractuele relatie met de cliënt.
De Raad benadrukte dat de toetsing aan de kwaliteitseisen van het pgb zich richt op de individuele cliënt en niet op de algemene kwaliteit van de hulpverlener. Ook is geen sprake van een situatie waarin een afgeleid belang niet aan betrokkene wordt tegengeworpen. Daarom is betrokkene niet belanghebbende en kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij het bestreden besluit.