ECLI:NL:CRVB:2025:92
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 64,84% na herkeuring WIA-uitkering
Appellant, voormalig chauffeur, stelde dat zijn beperkingen groter zijn dan het UWV aannam bij de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage per 1 mei 2021. Hij betwistte dat de geselecteerde functies passend zijn vanwege concentratieproblemen en slechthorendheid.
Het UWV had na herkeuring het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 64,84%, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De medische beoordeling door verzekeringsartsen was zorgvuldig en er was geen objectief bewijs voor concentratiebeperkingen. De gehoorbeperking was wel meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst, en de geselecteerde functies bleken passend.
De Raad concludeerde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid juist heeft vastgesteld en dat appellant geen recht heeft op vergoeding van proceskosten. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellant per 1 mei 2021 terecht heeft vastgesteld op 64,84%.