ECLI:NL:CRVB:2025:93
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in WIA-zaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant in een WIA-zaak. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet een beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
Appellant kreeg op 7 augustus 2024 een eerste termijn van vier weken om dit te herstellen, welke ongebruikt verstreek. Vervolgens werd bij aangetekende brief van 9 september 2024 een tweede termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-inhoudelijke behandeling. Ook deze termijn liet appellant voorbijgaan zonder verontschuldiging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wees verdere behandeling af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.D. Streefkerk op 15 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.