ECLI:NL:CRVB:2025:930
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Appellant, voormalig monteur, ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering op grond van de Wet WIA vanwege arbeidsongeschiktheid. Na medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat appellant geschikt is voor zijn eigen werk, waarna de uitkering werd beëindigd per 28 juni 2023. Appellant betwistte deze beoordeling en stelde dat zijn beperkingen en klachten, waaronder HIV-besmetting en psychische klachten, onvoldoende zijn meegewogen en dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de arbeidsbelasting van zijn functie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de arbeidsdeskundige terecht contact had opgenomen met het uitzendbureau, dat voldoende inzicht had in de functiebelasting. Appellant kon niet aantonen dat hij niet in staat was zijn eigen werk uit te voeren.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank. De Raad acht de medische beoordeling en arbeidskundige beoordeling juist en voldoende onderbouwd. De klachten van appellant zijn bekend en meegenomen, en er is geen aanleiding om de geschiktheid voor het eigen werk in twijfel te trekken. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering blijft in stand.