ECLI:NL:CRVB:2025:940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij niet geschikt is voor haar laatste functie, maar wel geschikt is voor andere functies, waardoor haar arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% blijft.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen en belastbaarheid van appellante juist waren vastgesteld. Appellante voerde aan dat zij meer beperkingen heeft, waaronder buikklachten, ernstige hoofdpijn en hartritmestoornissen, die niet voldoende zijn meegewogen, en dat zij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De Centrale Raad van Beroep volgt echter het oordeel van de rechtbank en het UWV. Er is geen nieuwe medische informatie ingebracht in hoger beroep en de Raad acht het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd. De weigering van de WIA-uitkering blijft daarom in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.