ECLI:NL:CRVB:2025:947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij WIA-uitkering
Appellant, voormalig onderhoudsschilder, ontving een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in februari 2022 stelde het UWV de uitkering ongewijzigd vast tot 29 februari 2024. Appellant maakte bezwaar en het UWV wijzigde de uitlooptermijn naar 31 augustus 2024. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit over de uitlooptermijn.
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV onjuiste data gebruikte en dat zijn beperkingen verder gingen dan vastgesteld. Tevens bracht hij een besluit in dat hem per 1 september 2024 een IVA-uitkering toekent. Het UWV betoogde dat appellant geen procesbelang meer heeft omdat hij vanaf die datum een IVA-uitkering ontvangt.
De Raad oordeelde dat procesbelang ontbreekt omdat appellant geen hogere uitkering tot 1 september 2024 vordert en een inhoudelijk oordeel daarom geen feitelijke betekenis heeft. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding en immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.