ECLI:NL:CRVB:2025:952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA op 49,53%
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, werd per 25 maart 2022 door het UWV beoordeeld met een arbeidsongeschiktheid van 49,53% op grond van de Wet WIA. Na bezwaar en beroep handhaafde het UWV dit oordeel, waarbij zowel de verzekeringsarts als de arbeidsdeskundige de beperkingen en belastbaarheid van appellant onderbouwden.
De rechtbank oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid vanwege het ontbreken van een lichamelijk onderzoek in eerste instantie, maar dat appellant hierdoor niet benadeeld was. De medische rapporten toonden aan dat zowel fysieke als psychische klachten adequaat waren meegewogen, inclusief beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren en urenbeperkingen.
Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat hij volledig arbeidsongeschikt was en beperkte mogelijkheden had voor samenwerken, onderbouwd met eerdere psychiatrische rapporten. De Raad vond echter dat deze stellingen onvoldoende werden ondersteund door actuele medische gegevens en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen navolgbaar had gemotiveerd.
De Raad concludeerde dat het UWV de belastbaarheid van appellant juist heeft ingeschat en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien om de mate van arbeidsongeschiktheid te wijzigen of proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellant terecht heeft vastgesteld op 49,53%.