ECLI:NL:CRVB:2025:956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €143,- niet binnen de gestelde termijn is voldaan, ondanks twee schriftelijke aanmaningen. Hierdoor is appellante in verzuim en is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad heeft geen inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep verricht vanwege het niet voldoen aan de procedurele vereiste van tijdige griffierechtbetaling. Er is ook geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Y. Sneevliet in aanwezigheid van griffier N. Phetkhoowiang.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, waarbij de indiener van het verzetschrift kan verzoeken om te worden gehoord.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.