Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2009 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling door het UWV, inclusief medische en arbeidsdeskundige onderzoeken, werd de uitkering per 17 februari 2023 beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
Appellant betwistte dit en stelde dat hij meer beperkingen heeft dan door het UWV aangenomen, onder meer op basis van psychiatrische en reumatologische rapporten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en het oordeel van de rechtbank bevestigd.
De Raad concludeert dat de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV juist en voldoende onderbouwd is. De psychiater van de rechtbank en de verzekeringsarts hebben de beperkingen beoordeeld en geen aanleiding gevonden voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige wordt afgewezen.
De beëindiging van de WIA-uitkering blijft daarmee in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.