ECLI:NL:CRVB:2025:968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor schulden wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellante heeft op 31 mei 2023 een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor een schuld van €7.939,52 die haar voormalige werkgever op haar heeft. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat bijstand niet wordt verstrekt voor het aflossen van schulden zonder zeer dringende redenen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en hield het besluit in stand. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er zeer dringende redenen zijn zoals bedoeld in artikel 49 van Pro de Participatiewet, maar de Raad oordeelde dat deze grond niet slaagt. De omstandigheden die appellante aanvoerde betreffen haar persoonlijke situatie en inspanningen om de schuld kwijt te schelden, maar tonen geen bedreiging van haar directe bestaansvoorziening.
De Raad stelde vast dat zeer dringende redenen alleen aanwezig zijn als de betrokkene op geen andere wijze geholpen kan worden en bijvoorbeeld huisuitzetting of afsluiting van nutsvoorzieningen dreigt. Dit is niet het geval. Het hoger beroep wordt afgewezen, de afwijzing van de bijzondere bijstand blijft in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor schulden wordt afgewezen wegens ontbreken van zeer dringende redenen.