ECLI:NL:CRVB:2025:979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid op 57,91% in WIA-uitkering
Appellante was ziekgemeld met psychische klachten en stelde dat zij meer beperkingen had dan het UWV aannam, waardoor zij de geselecteerde functies niet kon vervullen. Het UWV had de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 57,91% na medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was vanwege het tijdsverloop en dat de beperkingen duurzaam waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek adequaat was, ook al vond het spreekuurcontact pas 2,5 jaar na de datum in geding plaats. De medische en arbeidskundige beoordelingen zijn voldoende gemotiveerd en de functies zijn geschikt. Het hoger beroep wordt verworpen en de toekenning van de WIA-uitkering met 57,91% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van appellante terecht is vastgesteld op 57,91%.