ECLI:NL:CRVB:2025:989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na medisch onderzoek bevestigd
Appellant werkte als commercieel medewerker binnendienst en ontving sinds december 2021 een WW-uitkering vanwege het faillissement van zijn werkgever. Vanaf april 2022 meldde hij zich ziek met diverse klachten waaronder rugpijn en burn-out. Het UWV kende hem vanaf mei 2022 een Ziektewet-uitkering toe. Na een medisch onderzoek op 28 november 2022 werd appellant per 4 december 2022 geschikt bevonden voor zijn laatste werk, waarna het UWV de ZW-uitkering beëindigde.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde dit ongegrond na een aanvullend medisch onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank Den Haag oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de medische beoordeling juist. Appellant stelde in hoger beroep dat hij zijn oude werkzaamheden niet kon verrichten en dat zijn klachten voldoende geobjectiveerd waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in hoger beroep geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die het oordeel van de rechtbank ondermijnen. Het UWV heeft terecht geoordeeld dat appellant geschikt is voor zijn laatste werk en de ZW-uitkering terecht is beëindigd. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering per 4 december 2022 terecht is beëindigd.