Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke regels
(…)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg een tegemoetkoming op grond van de TONK-regeling vanwege een inkomensterugval van meer dan 40%. Het college wees de aanvraag af omdat de terugval niet het gevolg was van de coronacrisis, maar van het wegvallen van het persoonsgebonden budget na verhuizing van zijn zoon.
De rechtbank vernietigde het besluit deels wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de coronacrisis de oorzaak was van het niet realiseren van inkomsten uit zijn bedrijf, waardoor hij het wegvallen van het persoonsgebonden budget niet kon opvangen.
De Raad oordeelde dat het niet uitkomen van de verwachting om inkomsten uit het bedrijf te verkrijgen niet kan worden aangemerkt als een terugval in inkomen. De inkomensterugval was uitsluitend toe te schrijven aan het wegvallen van het persoonsgebonden budget, niet aan de coronacrisis. Daarom voldeed appellant niet aan de voorwaarden van artikel 35 PW Pro en de Beleidsregels TONK. Het hoger beroep werd afgewezen en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om een TONK-tegemoetkoming wordt bevestigd omdat de inkomensterugval niet het gevolg was van de coronacrisis.