ECLI:NL:CRVB:2026:112
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herberekening en aftopping AOW-pensioen op grond van Verdrag met Nieuw-Zeeland
Betrokkene ontving naast zijn AOW-pensioen ook een ouderdomspensioen uit Nieuw-Zeeland. Op grond van artikel 15 van Pro het Verdrag inzake sociale zekerheid met Nieuw-Zeeland is het AOW-pensioen verlaagd omdat de som van beide pensioenen het maximale AOW-pensioen overschreed. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) voerde jaarlijks een ambtshalve herberekening uit, waarbij de wisselkoers van de Nieuw-Zeelandse dollar werd gehanteerd.
De rechtbank Limburg verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen de herziening ongegrond en stelde vast dat de aftopping correct was toegepast. Betrokkene stelde in hoger beroep dat hem onrecht was aangedaan door de aftopping en dat zijn eigendomsrechten waren geschonden, mede vanwege toezeggingen bij emigratie naar Nieuw-Zeeland. De Raad oordeelde dat deze gronden buiten het bestreden besluit vielen en dat de aftopping rechtmatig was.
De Raad bevestigde dat het AOW-pensioen inclusief overgangsvoordelen als eigendom in de zin van het EVRM kan worden beschouwd, maar dat het eigendomsrecht het vooruitzicht op aftopping omvatte. De aftopping betrof alleen het pensioengedeelte gebaseerd op fictieve tijdvakken waarvoor geen premie was betaald. De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af omdat geen onrechtmatig besluit was genomen.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De erven van betrokkene kregen geen vergoeding van proceskosten. De zaak benadrukt de bindende werking van internationale verdragen en de beperkte toetsingsruimte van de rechter bij verdragsbepalingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de correcte herberekening en aftopping van het AOW-pensioen conform het Verdrag met Nieuw-Zeeland.