ECLI:NL:CRVB:2026:139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens handel in alcoholhoudende dranken
Appellant ontving sinds 2015 bijstand en werd door het college beschuldigd van het illegaal verkopen van alcoholhoudende dranken, wat hij niet had gemeld. Na anonieme meldingen en onderzoek door de sociale recherche, waaronder een pseudokoop en getuigenverklaringen, trok het college de bijstand in en vorderde het de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het bewijs, waaronder Facebook-berichten, bankafschrijvingen en getuigenverklaringen, voldoende was om de handel in alcoholhoudende dranken aan te tonen. De verklaring van een vriend van appellant werd niet geloofd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de getuigenverklaring onder dwang was afgelegd en dat het onderzoek onzorgvuldig was, maar de Raad oordeelde dat dit een herhaling was van eerdere gronden en dat ook zonder die verklaring de handel aannemelijk was. Het hoger beroep werd verworpen, waardoor de intrekking en terugvordering gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand blijven gehandhaafd.