ECLI:NL:CRVB:2026:141

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
24/1188 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen beroepschrift

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar het beroepschrift is niet tijdig ingediend. Volgens artikel 6:7 Awb Pro bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken, ingaand de dag na bekendmaking van de uitspraak. De aangevallen uitspraak is op 3 april 2024 aan partijen toegezonden, waardoor de beroepstermijn eindigde op 16 mei 2024.

Het beroepschrift van appellant werd echter pas op 23 mei 2024 ontvangen, wat betekent dat het na afloop van de beroepstermijn is ingediend. Appellant voerde aan dat hij door de hoeveelheid ontvangen brieven niet eerder kon reageren en dat andere instanties ook meer dan zes weken nodig hebben, maar dit werd niet als een verschoonbare omstandigheid erkend.

De Raad oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en dat appellant tijdig pro forma hoger beroep had kunnen instellen om de termijn te waarborgen. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift en niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
19 maart 2024, 22/3170 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [plaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage (college)
Datum uitspraak: 10 februari 2026

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken bedraagt. Deze termijn gaat in op de dag nadat de aangevallen uitspraak aan partijen is bekendgemaakt. Dat volgt uit artikel 6:8 van Pro de Awb. Een beroepschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen of als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Deze regels staan in artikel 6:9 van Pro de Awb. Uit artikel 6:24 van Pro de Awb volgt dat deze bepalingen ook gelden voor het hoger beroep.
Als een beroepschrift na afloop van de beroepstermijn is ingediend blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding achterwege als die overschrijding het gevolg is van bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen, als deze is veroorzaakt door handelen of nalaten van het bestuursorgaan en mogelijk ook als sprake is van een andere reden die tot die overschrijding heeft geleid. Bij de beoordeling of hiervan sprake is worden alle omstandigheden van het geval in hun samenhang bezien.
Als het beroepschrift niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar, dan moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Belangen die met het materiële geschil zijn gemoeid, zijn bij de beoordeling niet relevant.
De aangevallen uitspraak is op 3 april 2024 in afschrift bij aangetekende brief aan partijen toegezonden. Dat betekent dat de termijn om hoger beroep in te stellen is aangevangen op 4 april 2024 en geëindigd is op 16 mei 2024.
Het beroepschrift is op 23 mei 2024 via e-mailbericht ontvangen en is dus na afloop van de beroepstermijn ingediend.
In zijn hoger beroepschrift heeft appellant vermeld dat hij een week te laat is met het instellen van het hoger beroep, omdat hij veel brieven heeft ontvangen die hij moest behandelen, waardoor geen tijd overbleef om tijdig het beroepschrift in te dienen. Appellant stelt zich daarbij op het standpunt dat hij legaal bezig is, omdat de gemeente en andere instanties er ook meer dan zes weken over doen.
Appellant heeft daarmee geen bijzondere omstandigheid aangevoerd die maakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Om de termijn veilig te stellen had appellant tijdig pro forma hoger beroep kunnen instellen.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2026.
(getekend) M. Wolfrat
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.